Johanna Pas

how much of human life is lost in waiting (Emerson)

Blog

Grenzen

9 juli 2016

Reizen door Europa is niet meer zoals vroeger. Of ja, toch, het is weer net zoals vroeger. Deze keer realiseer ik me in welke luxe we jarenlang hebben geleefd.
Net als de voorbije jaren rijden we naar het zuiden en passeren eerst de Franse grens, waar je vorig jaar nog aan 120 km per uur voorbij een vervallen grijs gebouwtje kon razen. Een overblijfsel uit slechtere tijden, klaar voor de sloop. Nu: een snelheidsbeperking, een wegversmalling, een opsplitsing van vrachtwagens en auto’s, en vervolgens ruim de tijd om aan 50 km per uur het prachtige in ere herstelde douanelokaal met een nieuw laagje rode verf te aanschouwen.
Ruim 800 km verder is er aan de kleine grensovergang in de Pyreneeën niemand te bekennen. Even lijkt alles weer normaal. Maar tot onze verbazing is het wel weer prijs vlak voor de Portugese grens, waar norse carabineros, wel zeven stuks, zonder een woord te zeggen ons portier opentrekken en een hond zo groot als een wolf aan mijn voeten laten snuffelen, vervolgens de zijdeur openrukken en de hond over onze zorgvuldig gespannen elektriciteitsdraden laten struikelen. De hond snuffelt als eerste aan onze pispot die makkelijk bereikbaar vlak bij de schuifdeur staat. “Wat is dit,” blaft de carabaniero voor het eerst – in het Spaans uiteraard, want net als in de goede oude tijd spreken grenscontroleurs natuurlijk alleen hun eigen taal – en voor we hem kunnen tegenhouden rukt hij het deksel van ons kostbare bezit. Wat dénkt hij in vredesnaam dat het is? Vloeibare xtc? De hond snuift geïnteresseerd, maar wij mogen vertrekken. Zonder nog een woord. Wat hebben ze nu eigenlijk gecontroleerd?
Enkele meters verder, op Portugese bodem, hebben we alweer prijs. Voor de autopapieren en een rijbewijs deze keer. De douanier begint ze uitvoerig te bestuderen. Hij is alleen. Hier hebben ze niet genoeg geld om zeven mannen en een hond de hele dag te betalen om mensen te intimideren. Maar dan komt er gelukkig uit de andere richting een grotere buit aangereden, een vrachtwagen. We kunnen beschikken.
Op de camperplaats over de grens staat niemand anders. We hebben het hele veld voor ons alleen, al is het juli. Ook de wegen zijn nagenoeg leeg. Als we de volgende dag verder rijden, met in de verte de vertrouwde bruine strook lucht die ergens een bosbrand verraadt, en netjes halt houden bij de tolpoort voor buitenlanders, mogen we alweer aan de kant gaan staan. De man in uniform laat ons triomfantelijk een foto van de achterkant van onze camionette zien. We hebben nog een paar openstaande rekeningen van de voorbije jaren. Uit de printer in de achterbak van hun auto rolt een hele lijst. Te veel details zal ik jullie besparen, maar de vorige jaren hebben we telkens netjes een tolkaart gekocht. Alleen was die altijd maar 4 weken geldig. Wat we dan na die vier weken tijdens de terugrit naar huis moesten doen, was nooit helemaal duidelijk voor de beambten bij de “tolpoort voor buitenlanders” (zo heet het echt, in vier Europese talen). Gelukkig begrijpt een van ons Portugees, want de uitleg die we krijgen over de boete voor de voorbije vier jaar en hoe we die vanaf nu kunnen voorkomen is nauwelijks uit te leggen in het Engels of het Frans. Zonder kredietkaart wacht ons een ingewikkeld parcours langs het postkantoor, het valideren van een waardekaart en het registreren via sms. Als we de vorige jaren hadden geweten hoe we moesten betalen voor de terugrit, hadden we dat zeker gedaan – als iemand ons tenminste ooit had kunnen vertellen hoe we wel legaal over de gesofisticeerde, door Europa gesubsidieerde, Portugese tolwegen konden rijden vier weken na het oversteken van de grens. Maar daar was het systeem dan weer niet gesofisticeerd genoeg voor. Nu wel, en nu blijkbaar ook om de gegevens vier jaar lang bij te houden en alsnog het openstaande bedrag te innen.
139 euro armer rijden we verder. Ik gun het dit arme land wel. Want de aanleg van de wegen mag dan met Europees geld gebeurd zijn, het onderhoud ervan moet duidelijk uit hun eigen portemonnee komen. En de reis is toch al anderhalf keer duurder dan vorig jaar.
Dat de Engelsen zich weer op hun eigen kleine eiland wilden opsluiten, leek me een week geleden onbegrijpelijk, je kan de grenzen niet in één richting sluiten. Nu denk ik: het Schengen-akkoord* is toch zo goed als dode letter, dus waarom niet. Het is tenslotte minder hypocriet dan dit halfslachtige gedoe.

*Het vrije vervoer van goederen en mensen over de Europese binnengrenzen.

Tekens

Noot: Als de anti-vluchtelingenlobby denkt aan dit machtsvertoon te kunnen ontkomen omdat ze de juiste huidskleur, het juiste kapsel en de goede papieren hebben, dan laat ik ze graag in hun droom – tot het een nachtmerrie wordt.

Laat een reactie achter